Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.)

Adres (bij benadering) : Abdijstraat 40 B-2260 Tongerlo (Antw.) (Westerlo), Dekenaat: Zuiderkempen, Bisdom: Antwerpen

Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 0
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 1
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 2
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 3
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 4
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 5
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 6
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 7
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 8
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 9
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 10
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 11
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 12
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 13
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 14
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 15
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 16
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 17
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 18
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 19
Onze-Lieve-Vrouwkerk Tongerlo (Antw.) 20

De abdij van Tongerlo: geschiedenis



De norbertijnse gemeenschap van Tongerlo moet rond 1130 begonnen zijn, nog tijdens het leven van de ordestichter Norbert. Over de omstandigheden van dit begin is geen gedetailleerd verslag bewaard. In latere tijden is gepoogd deze beginfase te reconstrueren op grond van beschikbare en betrouwbare gegevens. Duidelijke informatie vinden we in een van de oudste oorkonden, die het jaartal 1133 draagt, maar vermoedelijk eerst rond 1150 in Tongerlo zelf werd geschreven. Al kan betwijfeld worden of dit perkament aan alle voorwaarden van echtheid beantwoordt, toch bevat ze waardevolle inlichtingen over de juridische en economische situatie van deze nederzetting in Tongerlo. Zo weten we dat de eerste bewoners, mannen en vrouwen, hier de levenswijze van Prémontré onder de regel van Sint-Augustinus invoerden. Dit gebeurde met de steun van Waltman, de eerste abt van de Antwerpse Sint-Michielsabdij. Wat laat vermoeden dat de grondleggers van Tongerlo uit de Scheldestad kwamen. Uit die stichtingsoorkonde blijkt ook dat de jonge plant niet zo maar in de woestenij werd neergepoot. De stichtingsdotatie maakt namelijk melding van twee derden van de tiend en van een domeingoed (dominicatura) bestaande uit 40 bunder akkerland met een molen in de parochie van Tongerlo. In diezelfde paro-chie, een akker met een opbrengst aan graangewassen waarvan jaarlijks 10 en 9 sester bier kan worden bereid en van 10 vaten gerst. Verder een aantal stukken akkerland in Wiekevorst, Noorderwijk en Oevel waarvan de opbrengst in natura of in geld wordt aangegeven. Dat alles wijst er op dat de stichters van Tongerlo van bij het begin konden rekenen op een vaste dotatie in de vorm van een goed georganiseerd domeingoed en dat er een kerkje moest geweest zijn waaraan een bedienaar was verbonden.

De vrome begiftiger van de abdij, Giselbert van Castelré, wordt voor het eerst bij naam genoemd in een pauselijke bul uit 1186, vermoedelijk na het overlijden van deze man, die zelf als convers in de abdij was ingetreden. De oudste leefregel van deze nieuwe orde was in 1131 samengesteld vooraleer een stabiele leidingsstructuur voor de orde ontworpen was en kerkwettig kon functioneren. We vinden hier dan ook veel meer een beginselverklaring dan een gezaghebbende normenbundeling. In beginsel verbieden die oudste constituties inkomsten te aanvaarden die niet door eigen werk werden verdiend. Ze geven ook een opsomming van bezit dat strijdig blijkt met de strikte armoedebeleving die in Norberts kloosterprogram was opgenomen. Maar de ontstaansgeschiedenis van Tongerlo maakt wel duidelijk dat de beginselverklaring door de realiteit werd verdrongen. In het kader van de kerkhervorming op gang gebracht onder paus Gregorius VII, werd druk uitgeoefend op lekenbezitters om hun domeinkerken met bijhorende dotatie uit handen te geven en aan kerkelijke instanties over te dragen. Ook Tongerlo kon dergelijke schenkingen niet weigeren. Ze vormden de grondslag voor het latere netwerk van agrarische kernen en parochiekerken, die op grond van tijdgebonden rechtsverhoudingen aan de Tongerlose abt en zijn convent werden toevertrouwd. Reeds in 1233 bekrachtigt paus Gregorius IX de volgende parochiekerken als bezit van de abdij met de abt als verantwoordelijke voor het pastoraat : Tongerlo, Oevel, Broechem, Oelegem, Wijnegem, Ravels, Poppel, Diest met de Mariakapel, en in het huidige Noord-Brabant : Alphen, Nispen en Diessen. Door deze overdracht kwam de tiend, d.i. het tiende deel van de veldvruchten die door de bewoners moesten worden afgedragen voor het onderhoud van de bedienaar van hun kerk, rechtens toe aan de abt. Andere kerken zoals Oirbeek, Enschot, Zundert, Hoogeloon en Tilburg werden niet in bezit aan de abt overgedragen, maar deze werd bekleed met het patronaatsrecht . Het bezit van parochiekerken of patronaatsrechten hield de verplichting in voor de zielzorg in te staan door pastoors voor aanstelling bij de aartsdiaken voor te dragen en in hun onderhoud te voorzien. Ook de bouw en de herstellingen van de gebou-wen kwamen ten laste van de abdij. In dezelfde bul van 1233 worden een aantal landbouwkernen met naam vermeld, de zogenaamde uithoven (curtes): Eeuwen (Broechem), Kalmthout, Essen, Ierseke (Zeeuws-Vlaanderen) en Alphen (Noord-Brabant), Ravels, Vissenaken en de Wimpelhoeve onder Wiekevorst.
Erg idealistisch had Norbert zijn gemeenschappen opengesteld voor al wie zich tot het Evangelie wilde bekeren : mannen en vrouwen, ongeletterden en geletterden, priesters en leken, rijk en arm. De grote toeloop van vrouwelijke kandidaten zorgde echter voor overlast: de ontoereikende opbrengsten van de schrale Kempense zand-grond konden hen niet behoorlijk voeden. Het dubbelklooster moest daarom reeds kort na de stichting ontdubbeld worden. De zusters verhuisden naar de uithof van de abdij te Eeuwen onder Broechem in vruchtbaarder gebied gelegen. In de loop van de dertiende eeuw verdween dit convent echter geruisloos. Abt Jan Geerts van Tongerlo slaagde er nochtans in, ten jare 1410, een streng besloten norbertijnse zustergemeenschap te doen herrijzen in 'Het Besloten Hof' van Herentals.

Eeuwenlang zal de abdij van Tongerlo worteldiep verbonden blijven met het wel en wee van de Kempen. Geschiedkundigen weten welke invloed er niet alleen op godsdienstig, maar ook op cultureel en economisch gebied van de Kempense abdijen is uitgegaan. Hoe hun caritatieve verantwoordelijkheid bovendien uitdrukking vond in onderwijs, werkverschaffing, alsook zorg voor zieken en voor armen.

De twaalfde-eeuwse armoedebeweging had evangelische saamhorigheid en ge-meenschapszin hoog in haar vaandel geschreven had. Deze beweging, waaruit ook de orde van de norbertijnen en dus eveneens Tongerlo was geboren, vond in de der-tiende eeuw haar bekroning in de opkomende vrije steden en gemeenten en in de jonge universiteiten. In de veertiende en de vijftiende eeuw daarentegen lijkt eigen-belang in al zijn vormen het tijdsbeeld opnieuw te beheersen. Nering en welvaart lopen terug. De evangelische bezieling van de mindere broeders van Franciscus en de predikbroeders van Dominicus slijt weg. De ontvolking neemt angstwekkende proporties aan. De zwarte dood slaat toe. Ontevredenheid barst uit in bloedige rellen. De Kerk gaat door een diep dal. Ze is innerlijk verdeeld door machtshonger. Meerdere pausen betwisten elkaar gelijktijdig de zetel van Petrus. Het Westerse schisma scheurt ongenadig het ongenaaide kleed van de Kerk doormidden (1378-1417). Algemene Kerkvergaderingen in Konstanz (1414/18) en Basel (1431/45) kunnen blijkbaar niet genoeg innerlijke kracht opbrengen om de eenheid te herstellen. Het vervormde kerkbeeld wordt niet meer rechtgetrokken. De Reformatie staat voor de deur.
Goedbedoelde pogingen tot binnenkerkelijk sanering ontbreken nochtans niet. Ze komen van gemotiveerde leken. Voor de Nederlanden was dat o.a. Geert Grote (1340-1384) met zijn "moderne devotie", een beweging die op haar beurt, twee eeuwen na Norbert, zich weer optrekt aan het "apostolisch leven uit de begintijd van de kerk". Opnieuw wordt persoonlijke integriteit gestimuleerd en individuele vroomheid gepropageerd. Anderen zagen herstel van binnenuit niet meer haalbaar, een verloren zaak. Ze zochten hun heil buiten de éne Kerk in trouw aan het Woord van de Bijbel. Vanaf 1517 is de Reformatie een feit. De verstoring van de kerkelijke eenheid leidde echter tot gewapende actie tegen de scheurmakers die zich tot weerstand aaneensloten. De Dertigjarige oorlog maakte van Europa een bloedbad. In de Habsburgse Nederlanden werd de opstand tegen de Spaanse heerschappij tachtig jaar lang gedragen door de golven van het nieuwe geloof. Zuid en Noord raakten meer en meer van elkaar vervreemd. Het Zuiden moest een zware tol betalen voor zijn uiteindelijke trouw aan de katholieke zaak en aan Spanje. Want terwijl de noordelijke Zeven Provinciën hun "gouden eeuw" tegemoet gingen, verkommerde Antwerpen en zijn achterland mede door het gedwongen vertrek van vele zuiderlingen die hun heil gingen zoeken boven de Hollandse rivieren.

Onder de leiding van de abten Werner van Halleer (1480-1487), Antoon Tsgrooten (1540-1530) en Arnoud Streyters (1530-1560) kende het Kempense Tongerlo niettegenstaande alles een redelijke materiële welvaart en stond in groot aanzien. Daarvan getuigen de verbouwingen en de verfraaiingswerken van kerk en klooster waarvoor de beste architecten, kunstenaars en handwerkers werden aangetrokken. Maar deze religieuze en culturele uitstraling lokte ook vreemde vogels aan die graag een graantje mee kwamen pikken : protégé's van de paus en van de Bourgondische hertogen zetten het pauselijk beneficiewezen naar hun hand en lieten zich graag met afdreigingen hoge lijftochten uitbetalen door de verre Kempense abdij. Door de groeiende rebellie tegen Spanje raakte de abdij diep verstrikt in de politieke verwik-kelingen. De calvinistische expansie deed Spanje naar de harde repressie grijpen en naar een versteviging van zijn invloed in oproerige gebieden door het oprichten van nieuwe bisdommen. In het kader van deze diocesane herschikkingen werden spaansgezinde bisschoppen abt benoemd om te kunnen infiltreren in de vrijheidslie-vende standenvertegenwoordiging van de Brabantse Staten. In dat proces moest Tongerlo zijn hele bezit investeren, want de paus wees de titel van abt van Tongerlo toe aan de bisschoppen van s'-Hertogenbosch om hun bezoldiging en onderhoud te verzekeren uit norbertijns bezit. Onrust en onzekerheid kregen daardoor vaste voet binnen de abdijgemeenschap : het onkruid van de verdeeldheid was gezaaid, en voor- en tegenstanders van Tongerlo's inlijving bij Den Bosch werden tegen elkaar opgezet. De wettig gekozen abt Jakob Veltacker werd slachtoffer van het politieke gemarchandeer. Hij moest uiteindelijk de plaats ruimen voor een vroegere inquisiteur in Spaanse dienst, Franciscus van de Velden, ook Sonnius genaamd naar het plaatsje Son bij Eindhoven waar hij geboren was. Ruim dertig jaar en drie Bossche bisschoppen later, op 27 januari 1590, kwam Tongerlo weer vrij. Voor deze vrijheid moest de abdij betalen met het verlies van bijna al haar grondbezit in Noord-Brabant.

Terwijl de Reformatie als een olievlek uitdijde, kwam tussen 1545 en 1563 een algemene kerkvergadering in Trente bijeen om de leerstellige afwijkingen van de afgescheiden christenen aan de kaak te stellen en de eigen leer te bekrachtigen. Een nieuw opleidingssysteem voor katholieke zielzorgers werd op touw gezet en de residentieplicht voor priesters met pastorale verantwoordelijkheid ingescherpt. Kloosterlingen werd op het hart gedrukt in praktijk te brengen wat ze door hun kloos-tergeloften hadden beloofd : gehoorzaamheid, armoede en zuiverheid.
De norbertijnen in Brabant hebben gehoor gegeven aan de hervormingspogingen van het Trentse concilie. Met de pauselijke aanstelling van abt-generaal Joannes Despruets in 1573 werd het ontluisterende tijdperk van de vreemde commende-abten in het hoofdklooster van Prémontré afgesloten. Dieper besef van de eigenheid van de premonstratenzers werd in Brabant gecultiveerd onder invloed van de hervormde Spaanse norbertijnen. Ze durven nu uitkomen voor de waarde van hun eigen kanonikale spiritualiteit en van hun augustijnse en mariale vroomheid.
Met abt Adriaan Stalpaerts (1608-1629) neemt de contra-reformatorische vroomheid volledig bezit van de abdij, een vroomheid die trouwens verwoord ligt in de herziene ordesstatuten van 1630. De pausgetrouwe en spaansvriendelijke prelaat stelde mensen en geldmiddelen beschikbaar voor de oprichting van het Sint-Norbertuscollege in Rome. Recente kritiek aan het adres van de norbertijnen van de 'gewone observantie' hadden hem geleerd hoe belangrijk een vaste vertegen-woordiging bij het pauselijke hof wel was. Hij wilde bovendien de aantijgingen van de Lotharingse rigoristen ontzenuwen en de vitaliteit van de Brabantse observantie der norbertijnen voor het pauselijke hof tentoon spreiden door de aanwezigheid in het Romeinse opleidingsinstituut van scharen jonge Brabanders. Broeders uit Brabantse abdijen samen met Boheemse norbertijnen gaan de vrijgegeven Mariaproostdij te Maagdenburg opnieuw bevolken.

Intussen maakten de calvinistische legers uit het Noorden gestadig voortgang. In 1629 viel het katholieke bolwerk 's-Hertogenbosch in hun handen en geleidelijk werd in de ommelanden de wurggreep van de nieuwe heersers benauwender. De katho-lieke eredienst wordt verboden en de geestelijken wordt het verblijf ontzegd op straffe van represailles waardoor de inwoners worden getroffen, de retorsiemaatre-gelen. De abdijgemeenschap van Tongerlo, in een Bossche enclave, moet daarom naar veiliger oorden uitwijken en vestigt zich van 1637 tot 1640 in haar toevluchtshuis of refuge te Mechelen. De norbertijnse pastoors in Noord-Brabant laten hun kudde echter niet in de steek. Van op afstand, of in schuilkerken net over de grens, bedienen zij de sacramenten. Augustinus Wichmans, voormalig pastoor van Mierlo en Tilburg, neemt in 1644 de abtsstaf over en zijn abbatiaat wordt gekenmerkt door veel aandacht voor de vroomheid, vooral de mariale vroomheid, van zijn kloosterlin-gen en door zijn zorg voor het parochiepastoraat.
Het jaar van de Westfaalse vrede (1648) was een scharnierpunt in de culturele en politieke geschiedenis van onze gewesten. Het denken gaat zich verder vrijmaken uit patronen die door de religie worden aangereikt. Zowel de katholieke kerk als de protestantse kerkgenootschappen krijgen in de loop van de achttiende eeuw een gemeenschappelijke tegenstander : het rationalisme van de Verlichting wint veld op het gelovig aanvaarden. De sterke drang naar kennis ontwikkelt zich ook in Tongerlo. In deze eeuw leven hier kloosterlingen die wetenschappelijk onderzoek op hoog niveau bedreven over een waaier van onderwerpen, gaande van archeologisch bodemonderzoek tot historische navorsingen allerhande. Zo werd een wetens-chappelijk klimaat geschapen dat de abdij toeliet de wetenschappelijke uitgave van de Acta Sanctorum, die tot dan toe in handen was van de Bollandisten behorende tot de jezuïetenorde, na de afschaffing van deze orde in 1773 over te nemen en voort te zetten.
Verregaande rationalisering van vergrijsde instellingen, zowel op burgerlijk als op kerkelijk vlak, werd onder het Oostenrijkse bewind verordend, maar stootte op verkrampte weerstand van de bevolking die vocht voor het behoud van verworven rechten. Toen de geestelijkheid er in slaagde om de saneringsmaatregelen van Jozef II als kerkvijandig te brandmerken, kwam de bevolking van de Kempen in opstand. De dreiging van een sluiting van de abdij bracht abt Godfried Hermans (1780-1799) er toe alle krachten en bezittingen veil te stellen om dat onheil af te weren. Deze weerstand leek hem zelfs een gewapende opstand waard. In feite werd Hermans meegesleurd in een avontuur waartegen hij niet was opgewassen, het avontuur van de Brabantse Omwenteling van 1789/90. Op kosten van de abdij werden onder de landelijke bevolking troepen geronseld om twee Kempense regimenten te bewapenen voor de strijd tegen Oostenrijk. Een ogenblik schenen de vrijgemaakte Verenigde Belgische Staten bestaanrecht te krijgen, maar bij de tergukeer van de Oostenrijkers werd Hermans' abdij onder sekwester geplaatst. De opstand had een zware tol geëist zowel op het vlak van de kloosterdiscipline als op materieel gebied.
Aan het eeuwenlange bestaan van de abdij kwam voorlopig een einde, toen Franse revolutionairen op 6 december 1796 de 130 kloosterlingen van een van de meest be-volkte mannenkloosters van Brabant op straat zetten. Na een veertigjarige diaspora, bleek herstel mogelijk omdat de grondwet van de nieuwe Belgische Staat vrije vereniging van de burgers waarborgde. In 1835 herbegon de recrutering en in 1838 kon de kerkrechtelijk herstelde abdijgemeenschap van Tongerlo weer van start gaan. Eerst in een gehuurd kasteel 'het Halmalehof' ook Bossensteyn geheten, te Broechem. Vanaf 1840 in een deel van de vroegere abdijgebouwen te Tongerlo.

Met de jaren groeide het aantal leden zodat in 1948 een piek van 234 kloosterlingen werd bereikt. In de eerste wereldoorlog deelden meerdere medebroeders het lijden van de jongens aan het oorlogsfront. In de tweede wereldoorlog verloren we vier confraters ten gevolge van oorlogsbeurtenissen. Onder hen de bekende musicus Julius Borremans die door de Duitse bezetter naar het concentratiekamp van Mauthausen bij Linz werd versleept, waar hij in mensonwaardige omstandigheden omkwam. In de tussenoorlogse periode groeide uit de aartsbroederschap van 'de Heilige Mis van Eerherstel', waarvan de abdij de hoofdzetel was, een eucharistisch-liturgische beweging. Het Algemeen Nederlandsch Eucharistisch Tijdschrift, met redactie in de abdij, bestudeerde de wetenschappelijke aspecten van de liturgisch vroomheid. Daarnaast verscheen het meer volkse tijdschrift Het Heilig Misoffer. De eucharistisch-liturgische spiritualiteit van de norbertijnen werd in Vlaanderen en Nederland uitgedragen onder de bezielende leiding van pater Antoon van Clé in Misweken en volksmissies. De naoorlogse nood in bezet Duitsland bracht Werenfried van Straaten er toe caritatieve bijstand te mobiliseren en te canaliseren voor het priesterwerk onder de vele ontheemden. Oostpriesterhulp werd in Tongerlo geboren. Missioneringswerk in het Apostolisch vicariaat Uele, later het bisdom Buta (Zaïre), dat in 1898 onder abt Thomas Ludovicus Heylen, de latere bisschop van Namen, werd aangevat, kende een grote bloei. Onze ledenlijst van 1959 vermeldt 75 priesters en broeders werkzaam in de Uele-missie. In 1889 kwam de eerste Engelse stichting van de grond in Manchester (Groot-Britannië), later gevolgd door nederzet-tingen in Crowle, Spalding. In 1924 werd Kilnacrott in Ierland onafhankelijk van de moederabdij Tongerlo. Onder abt Emiel Stalmans vertrokken in 1949 twaalf medebroeders naar Canada om in Saint-Bernard-de-Lacolle (Québec) bij de grens met de Verenigde Staten, een bolwerk van katholiek leven op te richten, een priorij die in 1968 werd overgebracht naar Saint-Constant bij Montréal. In 1952 werd de priorij Storrington (Groot-Britannië) overgenomen van de Franse zusterabdij Frigolet. In 1966 vertrokken meerdere oud-missionarissen van Zaïre naar Chili in Zuid-Ameri-ka, waar ze in 1979 een klooster met parochie begonnen in Chiguayante, Con-cepcion en Santiago (Chili).
Het Tweede Vatikaans Concilie stimuleerde de reflectie op de zin en de taak van de orde in de na-conciliaire tijd. Deze bezinning vond weerklank in de nieuwe Consti-tuties die door het generaal kapittel van 1968/70 werden uitgevaardigd. Hierin werd gepoogd de aloude spiritualiteit van de orde te vertalen in een leefvorm die past bij het klimaat van de huidige tijd. In bewuste verbondenheid met hele Godsvolk willen de norbertijnen, naar eigen roeping en zending, meewerken aan de bestendige opbouw van Christus' Kerk door een intense persoonlijke geloofsbeleving en door apostolische dienstbaarheid.

Maar...andere tijden andere zeden. De overvloed van weleer is nu weggeëbd. Kloosterling of priester worden lijkt voor weinigen weggelegd. Nochtans zal de weg van het evangelie mensen blijven boeien. Ook de evangelische weg die Norbert en zijn volgelingen hebben bewandeld. Daarop durven we vertrouwen als we kijken naar de soepele traditie van de norbertijnen in de loop van hun lange bestaan.


L.C.Van Dyck
archivaris van de abdij van Tongerlo

voor alle inlichtingen in verband met liturgische plechtigheden wend je tot kerknet.be.
Home © KerkenInVlaanderen.be